In het verborgene
Net als Wiebe keek ik een aantal jaren geleden met open mond naar de kleine laatmiddeleeuwse gebedsnoten in het Rijksmuseum. Wat een onvoorstelbaar vakmanschap! Wat een toewijding en concentratie! Nog steeds blader ik met regelmaat de tentoonstellingscatalogus door om me aan de uiterst subtiele kunstwerkjes te vergapen. Maar misschien nog wel meer werd ik in Amsterdam geraakt toen ik me probeerde voor te stellen hoe deze kleine gebedsnoten ooit werden gebruikt door mensen zoals jij en ik. Mensen met verlangens, met vragen, in blijdschap of in grote nood. Mensen die zich, net als in dat al eeuwenoude boek, de vraag stelden hoe ze als kleine zielen konden bidden tot de hoge hemel (Luc. 11:1).
De gebedsnoot van Wiebe kwam op z’n zachtst gezegd op een nogal bijzondere manier in mijn leven. Op een dag, nu zo’n anderhalf jaar geleden, gaf ik toevallig een lezing in Zutphen waarbij Wiebe in het publiek zat. Na afloop kwam hij kennis maken en gaf hij mij zonder omhaal een gebedsnoot, om de simpele reden dat hij wist dat ik er wel één kon gebruiken. Uiteraard kon hij niet weten dat ik die tentoonstelling in het Rijksmuseum had gezien. Wat hij menselijkerwijs ook niet kon weten, was dat ik precies op die dag net op een dieptepunt in mijn leven was beland. Soms zie je zelf niet wat je nodig hebt, vooral niet als het duister is. Maar God ziet in het verborgene.
En daarmee raakt de gebedsnoot, die nu een vaste plek heeft in mijn huis en een trouwe metgezel is op verre reizen, voor mij aan de kern van het bidden. De noot, met zijn twee lege vlakken aan de binnenkant, herinnert mij heel tastbaar aan de bijbeltekst waarin Jezus zelf ons leert bidden: trek je terug in je huis, sluit de deur, en bid (Matt. 6:6). We zijn soms geneigd om een gebed te associëren met woorden, en vooral met veel of mooie woorden. Maar ingewikkeld of groots hoeven we het niet te maken. In de Willibrordvertaling van de bijbel gebruikt Jezus het woord ‘binnenkamer’ als plaats voor het gebed. Een afgezonderde plek die slechts ruimte biedt aan de ontmoeting tussen God en onze diepste verlangens. God ziet in het verborgene. En daarom mogen wij bidden in het verborgene. En soms hebben we iemand anders, bijvoorbeeld een kunstenaar, nodig om ons de weg naar onze binnenkamer te wijzen.
Er past maar weinig in mijn kleine gebedsnoot. Geen tierelantijnen, geen opsmuk, geen groots vertoon. Juist daarom biedt de noot ruimte aan mijn binnenkamer en aan de ontmoeting die daar mag plaatsvinden. Ik hoef maar één enkel woord te schrijven, om de noot vervolgens weer te sluiten. Soms is het een vraag, soms een naam, soms een woord van dankbaarheid. Soms weet ik zelf niet eens wat ik bedoel. God ziet het. En Hij zal antwoorden, in het verborgene.
December 2021